en
Luke Walker, 1 februari 2024
Is een studiekostenbeding achterhaald?

Veel werkgevers die de opleidingskosten voor hun werknemers betalen hebben in de arbeidsovereenkomst een studiekostenbeding opgenomen. Sinds augustus 2022 is hier nieuwe wetgeving over, waardoor een dergelijk beding nietig kan zijn. Soms heerst hier echter nog altijd onduidelijkheid over.

De oude regeling
In een uitspraak uit 1983 (Muller/ Van Opzeeland) heeft de Hoge Raad een aantal eisen gesteld aan een studiekostenbeding:
a. de periode moet worden vastgesteld gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben van de door de werknemer tijdens de studie verworven kennis en vaardigheden;
b. het beding bepaalt dat de werknemer, indien de dienstbetrekking tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, het loon over die periode aan de werkgever zal moeten terugbetalen;
c. deze terugbetalingsverplichting vermindert naar evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de onder a. bedoelde tijdsspanne.

De Hoge Raad heeft het onder b. over het loon. In de praktijk wordt echter in het algemeen ook gekeken naar deze criteria wanneer het alleen gaat over terugbetaling van de studiekosten.

Nieuwe wetgeving
Sinds augustus 2022 is een studiekostenbeding niet altijd meer mogelijk. De werkgever moet de werknemer namelijk in staat stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie en, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer komt te vervallen of hij niet langer in staat is deze te vervullen. Daaraan heeft de wetgever het volgende toegevoegd. Als de werkgever verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, dan moet die scholing kosteloos worden aangeboden aan de werknemers, wordt studietijd beschouwd als arbeidstijd en moet de werknemer, indien mogelijk, in staat gesteld worden de studie tijdens werktijd te volgen.

Verplichte scholing
Wanneer is een werkgever verplicht om scholing te verschaffen aan de werknemer? Het gaat volgens de wet alleen om opleidingen die de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationale recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is aan te bieden. Het gaat niet om de verplichting van een werknemer om bepaalde opleidingen in de zin van de beroepskwalificatierichtlijn (Richtlijn 2005/36/EG, betreffende de erkenning van beroepskwalificaties) te volgen, voor het behouden van de beroepskwalificatie. Voor welke beroepen scholing precies verplicht is in de zin van de wettelijke regeling uit 2022, is echter soms niet geheel duidelijk.

Onduidelijkheid
Dat er nog altijd onduidelijkheden bestaan wordt geïllustreerd doordat zelfs de Orde van Advocaten niet geheel zeker was of een studiekostenbeding voor advocaat-stagiaires onder de nieuwe regeling toch nog mogelijk was. In de ‘Beleidsregel stage en patronaat 2024’ is opgenomen:

“In augustus 2022 is de Wet Implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in werking getreden. In de literatuur wordt overwegend aangenomen dat dit betekent dat de kosten voor de Beroepsopleiding Advocaten voor rekening van de werkgever moeten komen. Hierover is echter (nog) geen rechterlijke uitspraak gedaan. Onduidelijk is daarom of arbeidsrechtelijk nog ruimte is voor een andere verdeling van de kosten. Voor zover daar arbeidsrechtelijk ruimte voor blijft heeft de raad van de orde geen bezwaar tegen een eventuele terugbetalingsregeling met betrekking tot de netto kosten van de beroepsopleiding indien sprake is van een glijdende schaal, in die zin dat de door de stagiaire te vergoeden kosten afnemen met het verstrijken van de tijd, waarbij in beginsel aan het einde van de stage geen terugbetalingsverplichting meer geldt.”

Jurisprudentie
Over welke beroepen en welke studies wel en niet onder de nieuwe wetgeving vallen zal de rechter soms duidelijkheid moeten geven. Op 16 januari 2024 heeft de kantonrechter te Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2024:400) geoordeeld dat voor advocaat-stagiaires geldt dat die op grond van de Advocatenwet verplicht zijn de Beroepsopleiding Advocaten te volgen. Deze opleiding valt daarom volgens de kantonrechter onder de algemene scholingsplicht van de werkgever en moet dan ook kosteloos worden aangeboden. Dit betekent dat het studiekostenbeding, waarin een advocaat-stagiaire wordt verplicht onder bepaalde omstandigheden de studiekosten terug te betalen, nietig is. Ook al was er in deze zaak sprake van een dringende reden voor het ontslag van de advocaat-stagiaire, de advocaat-stagiaire was toch niet verplicht de studiekosten terug te betalen. De rechtspraak geeft zo steeds meer duidelijkheid over wat onder verplichte scholing valt.

Hebt u te maken met een studiekostenbeding, of wilt u als werkgever een studiekostenbeding overeenkomen? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtadvocaten: Samantha de Graaf (degraaf@griffithsadvocaten.nl), Dylan Griffiths (griffiths@griffithsadvocaten.nl) of Luke Walker (walker@griffithsadvocaten.nl).